Hoe herken je weekhuidmijt?

Weekhuidmijten komen in veel verschillende gewassen voor. In Nederland zijn meerdere soorten bekend die regelmatig in productieteelten gevonden worden, met name sinds breedwerkende bestrijdingsmiddelen minder worden toegepast. Weekhuidmijten zijn heel erg klein (0,1 – 0,3 mm groot) en met het blote oog nauwelijks te zien. Hun lichaam is glanzend doorzichtig, langgerekt. Mannetjes dragen vaak vrouwtjes die nagenoeg volwassen zijn met zich mee om direct te kunnen paren zodra het vrouwtje volwassen geworden is. Dit beeld is karakteristiek voor weekhuidmijten, het vrouwtje wordt gedragen dwars op het lichaam van het mannetje. De eieren zijn ovaal en doorzichtig en worden vaak in groeitoppen gelegd die nog niet open gegaan zijn maar ook aan de onderkant van jonge bladeren. Door hun weke huid zijn de mijten gevoelig voor uitdroging. Ze zoeken dus bij voorkeur vochtige plaatsen op.

Twee bekende soorten weekhuidmijten zijn de begoniamijt en de cyclamenmijt.

Polyphagotarsonemus latus (begoniamijt)
Kleine mijt, 0,15 mm groot. Het lichaam is ovaal, transparant en geelgroen tot donkergroen van kleur. Bij mannetjes zijn de achterste poten vervormd tot draadachtige structuren, die worden gebruikt om het ruststadium waaruit het vrouwtje ontstaat te vervoeren. De vrouwelijke mijten hebben een witte lengtestreep op de rug. De eieren zijn langgerekt, ovaal en vrij groot en doorzichtig met witte stippen. De vrouwtjes leggen 60 tot 70 eitjes gedurende 10 dagen. Komt vooral in groeipunten en bloemknoppen voor, maar ook op de bladeren.

Tarsonemus pallidus (cyclamenmijt)
Kleine mijt, 0,25 mm groot. Volwassen mijten zijn glashelder tot lichtbruin gekleurd, langwerpig en iets ovaal. Bij mannetjes zijn de achterste poten vervormd tot draadachtige structuren, die worden gebruikt om het ruststadium waaruit het vrouwtje ontstaat te vervoeren. De larven zijn wit van kleur. Komt vooral voor in bloemknoppen, groeipunten en opgerolde bladeren

Schade en verspreiding weekhuidmijt

Weekhuidmijten zijn weinig mobiel. Om grotere afstanden te overbruggen zijn ze afhankelijk  van de hulp van andere insecten, bv. witte vlieg of bladluis. Ze kunnen ook met gewaswerkzaamheden door mensen verplaatst worden. Vaak worden ze gevonden in groeitoppen waar ze aan het plantenweefsel zuigen. Tijdens dit zuigen scheiden ze giftige stoffen af in de plant waardoor schade ontstaat: groeipunten kunnen afsterven, misvormd raken of krom trekken. Aangetast blad verkleurt, wordt bronskleurig, soms ook lichtgroen. Aangetast blad valt vroegtijdig af.

Levenscyclus weekhuidmijt

  • 60 tot 70 eitjes per vrouwtje
  • overleving en reproductie optimaal tussen 20 ⁰C en 30 ⁰C
  • ontwikkeling bij 18°C is 7 dagen
  • ontwikkeling bij 25°C is 4,5 dag
  • sterft bij RV onder 70%

Waardplanten weekhuidmijt

  • begoniamijt:
  • aubergine, begonia, gerbera, paprika, tomaat
  • cyclamenmijt:
  • siergewassen, met name Azalea en cyclaam
Onze producten tegen

Weekhuidmijt

ANDERSONI - Amblyseius andersoni

ANDERSONI

Werkt tegen
– Kasspintmijt
– Weekhuidmijt
– Citrusmijt

LIMONICA - Amblydromalus limonicus, roofmijt

LIMONICA

Werkt tegen
– Diverse trips
– Wittevlieg
– Weekhuidmijt

BARKERI - Amblyseius barkeri

BARKERI

Werkt tegen
– Weekhuidmijt

SWIRSKI MITE - Amblyseius swirskii, roofmijt

SWIRSKI MITE

Werkt tegen
– (Valse) spintmijt
– Diverse trips
– Wittevlieg

Bekende mijtsoorten

Kasspintmijt - Tetranychus urticae
Kasspintmijt

Valse spintmijt - Brevipalpus
Valse spintmijt
Weekhuidmijt - Begoniamijt
Weekhuidmijt
Citrusmijt - Panonychus citri
Citrusmijt